Primair onderwijs · groep 1 tot en met 5
Kleuters kijken al filmpjes en zien al schermen, maar kiezen nog niet zelf. Daarom begint ClickWijs niet met een app, maar met verhalen. Met Uil Wijs leren kinderen kijken, voelen, hulp vragen en ontdekken wat een apparaat doet: eerst in de kring met vertelplaten, spel en de handen, en aan het eind van de onderbouw met een eerste eigen klasonderzoek. Zo staat de basis vóórdat in groep 6 de oefenapp opengaat.
Zes lessen met Uil Wijs: vertelplaten, gevoelenskaartjes, spel en een knutsel die mee naar huis gaat, met een praatkaartje voor thuis. Volledig schermvrij.
Tien lessen met eigen voorleesverhalen van Uil Wijs en bij elke les iets om te dóén: van geheime codes kraken tot samen een app op papier ontwerpen. Nog altijd zonder leerlingscherm.
Tien lessen rond grote zoekplaten waar veel op te ontdekken valt. Per les een tweetalgesprek, een werkblad, een tekenopdracht en een knutsel. Aan het eind van het jaar de allereerste opzoekopdracht op een iPad of laptop.
Eén klasvraag als rode draad door het jaar: zoeken, bronnen checken, via de leerkracht een AI bevragen en de antwoorden zelf controleren. In tweetallen achter het scherm, met bij elke les ook een variant zonder scherm.
Wie de basis heeft, stapt de veilige oefenapp van ClickWijs in: eerst alleen kijken en kiezen, precies zoals bij rijles eerst het oefenterrein komt.
Elke groep raakt alle negen doelzinnen van de kerndoelen digitale geletterdheid, van digitale systemen en data tot veilig en bewust meedoen. Zo werkt u aantoonbaar toe naar 2027.
Als richttijd, met kernonderdelen en optionele verdieping. Uitloop mag.
Complete gespreksleidraden liggen klaar, met letterlijke docentzinnen en doorvraagvragen. Even doorlezen en lesgeven.
Eerst een individueel deel, daarna een deel in tweetallen. Per onderdeel staat vermeld wanneer in de les en hoeveel tijd.
Uil Wijs is het karakter van de onderbouw: een nieuwsgierig uiltje dat alles meemaakt wat kinderen zelf ook meemaken. Elk verhaal eindigt met iets wat een kind kán doen. Een inkijkje in de vertelplaten van groep 1 en 2:
Elke les: een vertelplaat met Uil Wijs, een spel of kringgesprek, en een slot met wat het kind kán doen. Nooit een waarschuwing alleen. Klik op een les voor een inkijkje.
Kijken naar beelden: is dit echt gebeurd of gemaakt? Het eerste stapje in kritisch kijken.
Wat doet kijken met je, en wanneer is het genoeg? Herkennen van fijn en te veel.
Je lijf, je naam en je huis zijn van jou. Nee zeggen mag, en voor een foto vraag je het eerst.
Het eerste handelingsperspectief: stoppen, vragen, vertellen. Altijd samen met een volwassene.
Apparaten doen iets als jij drukt. Ontdekken met de handen wat techniek is.
Een robot doet alleen wat jij zegt, in de goede volgorde. De kiem van programmeren, zonder scherm.
Elke les sluit af met een gevoelensmoment: gezichtje kleuren op het feedbackstrookje. Zo leert de leerkracht de klas kennen, en leren kinderen woorden geven aan wat ze voelen.
Elke les begint met een voorleesverhaal van Uil Wijs en eindigt met iets om te doen. Klik op een les voor een inkijkje.
Berichten in geheimtaal: ontdekken dat een computer alles onthoudt en verstuurt als code.
Wat gebeurt er met een foto als hij eenmaal gemaakt is? Voor een foto van een ander vraag je het eerst.
Met een spel en reactiekaartjes oefenen: wat je in de klas doet, geldt ook op een scherm.
Apparaten om je heen herkennen: wat doet het, en hoe weet het dat?
Een recept is een rijtje stapjes, en een programma ook. Programmeerdenken zonder computer.
Samen gegevens verzamelen in de klas: turven, tellen en ontdekken wat je daarvan kunt leren.
Achter elk filmpje en plaatje zit een maker. Het eerste stapje in bronnen herkennen.
Een machine die raadt wat jij bedoelt: spelenderwijs kennismaken met hoe AI werkt.
Samen een app ontwerpen op papier: welke knoppen, welke plaatjes, en wat moet hij kunnen?
De kijkklok komt terug: samen afspraken maken over kijken, ook voor thuis.
In groep 4 verschuift het accent van luisteren naar zelf aan de slag. Vijf lessen beginnen met een verhaal, vijf zijn doelessen, en overal staan de zoekplaten centraal: grote platen vol details waar tweetallen samen op zoeken en over praten.
Zestien grote platen met veel erop. Kinderen zoeken, wijzen aan en praten in tweetallen over wat ze zien, net als bij een zoekboek.
Per les een doeopdracht, een werkblad, een tekenopdracht en een knutsel. Leren met de handen, niet alleen met de oren.
Elk les een kort tweetalgesprek met vaste vragen, zodat ieder kind aan het woord komt, ook wie in de kring stil is.
Aan het eind van het jaar zoeken kinderen voor het eerst zelf iets op, op een iPad of laptop. Een klein moment met een grote betekenis: het eerste eigen scherm, op het moment dat ze eraan toe zijn.
Bij elke les staat in gewone taal waar hij over gaat en hoe het eruitziet als het lukt. Ook een collega zonder digitale kennis kan er direct mee aan de slag.
Uil Wijs reist mee uit de eerdere groepen: vijf lessen openen met een verhaal dat de klas het thema binnentrekt.
In groep 5 wordt de klas een onderzoeksgroep. Eén klasvraag vormt de rode draad van het jaar, in drie blokken: eerst onderzoeken, dan maken, dan weerbaar afsluiten.
De klas kiest een klasvraag en gaat op onderzoek: gericht zoeken, bronnen checken en gegevens verzamelen.
Van de gevonden antwoorden maakt de klas een eigen digitaal product, dat aan het eind wordt gepresenteerd.
De afsluiting brengt alles samen: wat heb je ontdekt, wat geloof je wel en niet, en hoe blijf je zelf aan het stuur?
De meeste lessen hebben een schermblok in tweetallen: samen zoeken, samen kiezen, samen napraten. Bij elke les hoort ook een volwaardige variant zonder scherm.
De klas bevraagt een AI alleen via de leerkracht op het digibord, en checkt de antwoorden daarna zelf bij echte bronnen. Precies de gewoonte die ze later nodig hebben.
Digitale weerbaarheid blijft de kern: elke les sluit af met een vast moment over veilig, eerlijk en bewust meedoen.
Vaardigheden aanleren in plaats van angst aanpraten, vanaf de allereerste les. Benieuwd hoe dit doorloopt tot en met het VO?